Mijn Unieke Verhaal Met De Meest Oude Truuk Om Van Het Roken Af Te Komen

Maandagochtend, koffie in de ene hand, sigaret in de andere en ik wist dat ik eigenlijk had moeten stoppen, maar mijn vingers hadden andere plannen

Mijn hersenen grinniken: “Gefeliciteerd, je bent nu officieel lid van de ‘morgen stop ik’-club.” 😅 De rook kringelt omhoog en mijn hoofd vult zich met twijfel. Elke ademhaling voelt zwaar, alsof de rook meer in mijn gedachten zit dan in mijn longen.

Mijn hart bonst en niet van de koffie, maar van frustratie en schuldgevoel. Waarom lukt het me nooit om te stoppen? Waarom blijf ik steeds dezelfde cirkel draaien?

Ik kijk naar buiten. Grauwe straten, natte bladeren, alles lijkt stil – behalve mijn hoofd. Het ratelt: “Waarom geef ik steeds op? Waarom lukt het nooit?” Midden in die chaos, in die dikke mist van schuld en verlangen, stuit ik op iets ouds, simpels… iets wat mijn gedachten voor een paar seconden stilzet.

Een moment van stilte, van ademruimte, dat kleine moment dat alles zou veranderen en toch besefte ik dat mijn rookverslaving me al jaren in de greep hield en dat ik steeds weer faalde als ik dacht dat ik controle had.

Die controle die ik dacht te hebben… en hoe mijn ochtendroutine me telkens genadeloos terug in de rookval trok

Die controle… dat was precies wat ik dacht te hebben, totdat ik weer mijn ochtendkoffie pakte en automatisch naar een sigaret greep. Koffie in de ochtend, een sigaret erbij en dat gevoel van ‘alles is oké, nu kan ik beginnen’.

Het leek onschuldig, een ritueel. Tot je op een dag merkt dat je agenda eigenlijk geen gaten meer heeft voor vrije tijd, alleen voor rookpauzes.

Mijn rookgedrag was chaotisch, maar doordacht. Elke stap gepland: sigaret voor het ontbijt, één tijdens de lunch, één bij de koffie, één bij stress… en soms stiekem nog één ‘gewoon omdat ik het kon’. Ik vond mezelf slim, maar het voelde vooral alsof ik werd geleid door een kleine tiran in mijn hoofd: nicotine.

De triggers waren overal. Een korte wandeling buiten, en ik dacht: “Hmm, frisse lucht… misschien een sigaret erbij?” Stressvolle vergadering? Sigaret. Bellen met een klant? Sigaret. Koffie? Sigaret.

Zelfs tijdens een regenbui op weg naar huis fantaseerde ik over hoe fijn het zou zijn om mijn jas uit te trekken, de sigaret aan te steken en even alles te vergeten.

En het grappige? Ik wist het allemaal. Elk patroon, elke trigger. En toch deed ik het keer op keer. Elke mislukte poging voelde als falen, en mijn zelfvertrouwen nam met elke rookwolk een duikvlucht.

Het gevoel van machteloosheid… dat is precies wat het zo frustrerend en herkenbaar maakt.

Pleisters? Serieus? En toch gaf dat rare stukje kleefstof op mijn arm me iets wat ik al jaren kwijt was

Regen tikt tegen het raam terwijl ik achter mijn laptop zit, scrollend door artikelen over stoppen met roken. Cold turkey? Te hard. Kauwgom? Te slap. E-sigaret? Te ingewikkeld. En toen stuitte ik op iets ouds: Nicotinell nicotinepleisters.

Mijn eerste reactie: “Serieus? Pleisters? Wat moet dat nou doen?” Mijn hersenen grinnikten, maar een klein stemmetje zei: “Misschien is dit precies wat je nodig hebt.”

Die middag plakte ik mijn eerste pleister op. Het voelde gek. Alsof ik een geheim experiment uitvoerde op mijn eigen huid. “Oké Edwin,” mompelde ik, “kijk wat er gebeurt.”

Het eerste uur merkte ik eigenlijk niets. Mijn hand greep nog steeds naar de lege sigarettenverpakking. Mijn hoofd bleef ratelen: “Kom op, dit werkt toch niet. Waarom doe je dit jezelf aan?”

Maar langzaam, heel langzaam, gebeurde er iets. Die constante trek, die brandende behoefte die altijd mijn hele dag overnam… werd zachter. Nog steeds aanwezig, maar niet meer allesbepalend.

Voor het eerst in jaren voelde ik een moment van rust. Niet groot. Niet spectaculair. Alleen haalbaar. Alleen een beetje ademruimte – en dat kleine beetje zou de eerste week overleven maken, die week waarin elke minuut een strijd werd die ik moest winnen.

Elke dag een strijd, elke trek een bijna-faalmoment – en ik ontdekte dat ademhalen soms harder werken is dan je ooit dacht

Ochtend. Koffie. De geur alleen al deed mijn vingers naar het pakje sigaretten grijpen. Stop! Stop! fluisterde ik tegen mezelf. Mijn hand bevroor halverwege. Waarom voelt dit zo raar?

Buiten rook een collega. Mijn hart bonsde. Mijn hersenen schreeuwden: “Doe het gewoon, één mag toch?” Ik wilde vluchten, mijn jas pakken en mezelf verliezen in de rook. Maar ik draaide me om. Waterfles. Twee diepe ademhalingen. Doorlopen. Mijn lichaam deed iets anders dan mijn hoofd. Voor het eerst voelde ik: keuze. Echt.

Later, op weg naar de supermarkt, rook ik iemand inhaleren in de verte. Mijn maag kromp. Mijn vingers jeukten. Alleen deze keer… niemand ziet het… Mijn hand gleed over de pleister. Koud, raar, bijna belachelijk. Maar het hield me tegen. Niet helemaal, niet perfect, maar genoeg om door te lopen.

Die eerste dagen voelden als een mijnenveld. Elke geur, elke stress, elke routine was een trigger. Soms voelde ik me een zombie. Soms een held. Soms wilde ik alles opgeven. En telkens ontdekte ik iets nieuws: een glas water, een kauwgom, een korte wandeling, een ademhalingsoefening. Kleine acties. Mini-overwinningen. Ze voelden absurd klein, maar samen bouwden ze iets groters: controle.

Op dag vijf leek het mis te gaan. Een sigaret lag binnen handbereik. Mijn hoofd zei: “Dit is het einde. Je faalt weer.” Mijn hart bonsde. Maar ik haalde diep adem. Plakte de pleister opnieuw op. Één misstap, één moment – en ik stond weer op.

Mijn hoofd smeekte om op te geven, mijn lichaam koos iets compleet anders – en ineens voelde stoppen haalbaar

Het gekke aan stoppen is dat het niet alleen fysiek is. Het is mentaal. Continu.

Op de bank, pleister op mijn arm, koffie in mijn hand. Mijn hersenen ratelden: “Kom op, één mag toch? Je hebt het verdiend.” Mijn maag kromp, mijn handen trilden. Elke cel schreeuwde: geef toe.

Maar dit keer deed ik iets anders. Glas water. Slok. Nog een. Pleister voelen op mijn huid. Mijn lichaam deed iets nieuws: doorlopen, kiezen, ademen. Mijn hersenen ratelden nog steeds, maar ik deed iets anders. Mini-overwinning. Ademruimte.

Later, tijdens een wandeling, rook ik een vriend inhaleren. Reflexen wilden overnemen, elke herinnering aan rook schoot voorbij. Maar ik bleef lopen. Elk moment voelde zwaar, maar elk moment was een keuze. En elke keuze liet iets groeien: rust, zelfvertrouwen, vrijheid.

Stoppen is geen magie. Het is een mentale strijd, seconde voor seconde. En elke keer dat je kiest, wint iets in jou.

Die kleine pleister op mijn arm, mijn vreemde partner in crime, gaf me eindelijk adem – en geloof me, jij kunt dat ook

De laatste dag van mijn eerste week met Nicotinell. Regen buiten. Koffie in de ochtend. Mijn handen trillen nog soms, maar niet van paniek. Niet van schuld. Dit keer van bewustzijn.

Ik denk terug aan dag één. Chaos. Drang. Wanhoop. En ik glimlach. Stil. Een klein sprankje rust in mijn borst. Ademhalen voelt licht.

De pleister op mijn arm is een stille partner, helpt me kleine keuzes te maken. Mini-overwinningen vormen iets groters: controle. Vrijheid. Een stukje van mezelf dat ik terugkreeg.

Het is niet makkelijk. Soms absurd moeilijk. Maar dat kleine, rare gevoel van controle – dat moment waarop je denkt: ik kan dit echt – dat is het verschil.

Als jij dit leest en je herkent het gevecht, de cravings, de kleine overwinningen, weet dit: het kan echt. Eén pleister, één keuze, één ademhaling tegelijk. Nicotinell kan dat eerste stukje ademruimte geven dat je nodig hebt om door te zetten.